terug
Ministerie van                     
Buitenlandse Zaken


ICCO
t.a.v. de heer J.H. van Ham
Postbus 151
3700 AD Zeist
Directie Azië en Oceanië
Afdeling Zuid-Azië
Bezuidenhoutseweg 67
2594 AC Den Haag


Datum26 juni 2002AuteurLouise Huijbens
KenmerkDAO-0475/02Telefoon070-3485260
BetreftSchending van mensenrechten in Gujarat   


Geachte heer van Ham,

Met excuses voor de vertraagde beantwoording, zeg ik u, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, dank voor uw brief van 9 april jl. waarin u aandacht heeft gevraagd voor de mensenrechtenschendingen in Gujarat.

Ik deel uw zorgen volledig over het religieuze geweld dat zich in deze Indiase deelstaat heeft voorgedaan en - in veel mindere mate - nog voordoet. Hoewel thans de aandacht van de wereld uitgaat naar het conflict tussen India en Pakistan over Kashmir, is het mij niet ontgaan dat nog altijd ruim 100.000 Indiase moslims in de vluchtelingenkampen in Gujarat verblijven.

Zoals tijdens de discussie met u en andere organisaties over de situatie in Gujarat op 27 mei jl. op het departement reeds werd medegedeeld, heeft Hr. Ms. Ambassade in New Delhi medio maart jl. een fact-finding missie uitgevoerd in Gujarat. De bevindingen van deze missie worden grotendeels bevestigd door later verschenen rapporten van Amnesty International, de National Human Rights Commission, Human Rights Watch en Communalism Combat. Het is duidelijk dat de 'governance'-situatie door de gebeurtenissen ernstig onder druk is gekomen.

Voorts werden de gebeurtenissen in Gujarat, op Nederlands initiatief, in Europees Unie-verband besproken. Naar aanleiding hiervan werd op 23 april jl. de Indiase Ambassadeur in Madrid bij het Spaanse Voorzitterschap ontboden. Vervolgens heeft de Europese Unie op 2 mei jl. in New Delhi tijdens een hoogambtelijke ontmoeting tussen de EU en India haar ernstige bezorgdheid over de situatie in Gujarat overgebracht aan de Indiase autoriteiten. De regering gaf aan dat in het hogerhuis van het Indiase parlement zojuist Rs 1,5 miljard toegezegd was voor rehabilitatie van de slachtoffers van het communale geweld. De regering nam verder actie om de rust in Gujarat te herstellen, onder meer door afvaardiging van de gerenommeerde Punjabi politiefunctionaris K.P.S. Gill, die voortvarend van start ging. Nadat het Indiase leger uit de steden in Gujarat was weggetrokken naar het grensgebied met Pakistan werd gevreesd voor een grootschalige wederopleving van het geweld. Dit is gelukkig niet bewaarheid. Helaas vinden er na een periode van betrekkelijke rust sinds eind mei jl. wel weer aanslagen plaats. Positief zijn de indicaties van daadkrachtiger optreden door de lokale autoriteiten (gericht op voorkoming van verdere escalatie in plaats van het bijdragen aan geweld). Zo zou begin juni een aantal personen in staat van beschuldiging zijn gesteld voor het in brand steken en vermoorden van moslims.

Zoals de heer J.J. Speelman, deelstaatcoördinator Gujarat van de Ontwikkelingssamenwerkingsafdeling van Hr. Ms. Ambassade in New Delhi, tijdens hogergenoemde discussie mededeelde heeft de Ambassade eind mei jl. een projectvoorstel goedgekeurd dat voorziet in een fonds - ad € 1,9 mln. voor 31 maanden - dat door CARE wordt beheerd. Op dit fonds kunnen organisaties zoals NGO's/CBO's een beroep doen voor activiteiten gericht op onmiddellijke ondersteuning van vluchtelingen in de kampen (bijv. water, sanitatie, tenten, medische assistentie enz), vermindering van onveiligheid, angst en woede en herstel van levensonderhoud van getroffenen (bijv. ontwikkeling van kleinschalig ondernemerschap).

Ik verzeker u dat ik de ontwikkelingen in Gujarat blijf volgen. Het is van belang te blijven volgen in hoeverre de Indiase centrale en de Gujarati deelstaatregering de daad bij het woord voegen, preventieve maatregelen nemen om herhaling van het geweld te voorkomen, actie nemen om de daders van het geweld voor het gerecht te brengen, ervoor zorg dragen dat de rehabilitatie van slachtoffers op goede wijze plaatsvindt en maatregelen nemen om discriminatie van religieuze minderheden tegen te gaan (in het bijzonder in programma's die met Nederlandse fondsen worden gefinancierd). Ik heb Hr.Ms. Ambassadeur te New Delhi verzocht mij hierover te blijven informeren.

Ik hoop u hiermede voldoende te hebben ingelicht.

De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking,



Eveline Herfkens








Landelijke India Werkgroep - 28 februari 2003