Het kost hem wat moeite omdat hij maar één been heeft, maar de vijftienjarige Khokan Raihan slaagt erin voor het spandoek van de kernlopers uit te blijven lopen. 'Geen kinderarbeid - tijd voor onderwijs' valt er in het Bangla, de nationale taal van Bangladesh, op te lezen. Een spandoek ervoor staat met koeienletters 'Global March against Child Labour'. Het kan de mensen in Bangladesh' hoofdstad Dhaka niet zijn ontgaan: hier is iets bijzonders aan de hand. Riksjafietsers, in Dhaka een onwaarschijnlijk groot leger, kijken geïnteresseerd toe, voetgangers blijven staan, auto's en scooters worden door de politie op een afstand gehouden. Achter de groep van zo'n veertig kernlopers, onder wie Khokan, volgen nog 1250 kinderen. Deze kinderen zijn bijeengebracht door ruim veertig lokale organisaties die gevolg hebben gegeven aan de oproep van het BSAF (Bangladesh Forum voor Kinderrechten) om hun stem te laten horen. Het BSAF is de organisator van de activiteiten rond de Wereldmars in Bangladesh. Het werkt samen met UNICEF Bangladesh, dat niet alleen de doelstellingen van de Wereldmars ondersteunt, maar voor het organiserende BSAF ook een professioneel videoverslag vervaardigt. De deelnemende organisaties zijn veelal ngo's (non-gouvernementele organisaties) die werken met en voor (straat)kinderen of op het gebied van mensenrechten. Maar ook verschillende vakbonden lopen mee en de Scouts zijn met ruim dertig jongens vertegenwoordigd. De stoet slingert zich als een kleurrijk, maar zeer gedisciplineerd, lint door de straten van centraal Dhaka, op weg naar het Perscentrum waar de lunch zal worden gebruikt. Elektrische schokken Khokan laat zich de sandwich goed smaken. Jarenlang werkte hij in een elektronicabedrijfje waar onder meer onderdelen voor computers worden gemaakt. Gevaarlijk werk met ondeugdelijke machines. "Brandwonden, elektrische schokken, snijwonden, om de haverklap gebeurde er een ongeluk." Zijn geschiedenis is exemplarisch voor zoveel kinderen in het arme en dichtbevolkte Bangladesh. Zijn vader was straatverkoper in een dorpje aan de Padma rivier. Daarnaast had hij nog een beetje land, maar dat verloor hij door erosie aan de rivier. Het gezin met vijf kinderen besloot zijn heil te zoeken in de grote stad, waar Khokan werd geboren. Toen hij vier was stierf zijn vader en even later stond Khokan in het elektronicabedrijfje. Inmiddels is hij er met hulp van de ngo Nayon Action Foundation in geslaagd zijn gevaarlijke werk te verruilen voor een minder riskante manier van broodwinning. Met een lening van 2000 taka (zo'n 90,-) kon hij een winkeltje voor sigaretten en betelnoten opzetten. En met succes, want momenteel verdient hij 3000 taka (zo'n 135,- per maand) en dat is voor Bangladesh een heel behoorlijk inkomen. Daarnaast volgt Khokan, die tot voor kort nog nooit een school van binnen had gezien, sinds zes maanden een cursus basiseducatie. Zijn been verloor Khokan, die jaren riskant werk zonder grote ongelukken doorkwam, wrang genoeg in het toch minder gevaarlijke verkeer. Bijna kinderarbeidvrij Kinderarbeid is in Bangladesh al jaren een 'hot issue' en daarmee loopt het Zuid-Aziatische land voorop binnen de groep van ontwikkelingslanden. Toen de Amerikaanse senator Harkin in 1992 een wetsvoorstel indiende voor een boycot van producten die met kinderarbeid vervaardigd worden, had dat grote gevolgen. Duizenden kinderen in de voor de nationale economie cruciale kledingindustrie werden ontslagen. De reden was simpel: de kledingindustrie draait op export en de Amerikaanse
Vijftig cent voor tien uur werken Het project heeft inmiddels de aandacht op zich gevestigd en in de productie van voetballen en tapijten in Pakistan staan soortgelijke projecten op stapel. Maar voor de overgrote meerderheid van de kinderen zal een dergelijke oplossing voorlopig nog buiten zicht blijven. Zoals voor de dertienjarige Stanley uit het plaatsje Mariyanathapuram in de Zuid-Indiase deelstaat Tamil Nadu. Het overvolle programma dat de kernlopers voor hun kiezen krijgen vergt duidelijk het uiterste van de jongen die veel te klein is voor zijn leeftijd. Stanley werkt al vier jaar in de leerindustrie en moet huiden van geiten, buffels, koeien en zelfs slangen schrobben en bewerken met bijtende chemicaliën, onrein werk dat in India is voorbehouden aan de dalits (kastelozen), waartoe Stanley behoort. Voor werkdagen van tien uur krijgt hij tien roepies oftewel vijftig cent. Stanley wil wel terug naar school, maar dan alleen als het onderwijs beter is en zijn ouders genoeg geld hebben. "Toen ik naar school ging, kreeg ik geen eten, kleding of schoolmateriaal en werd ik geslagen." Bashudev Bhattarai uit Nepal is helemaal niet naar school geweest. De elfjarige kernloper verloor zijn vader toen hij zeer jong was en zijn moeder ging er met een man vandoor. Hij heeft geen broers en zussen. Tot zijn achtste kon hij terecht bij familie, daarna wachtte de straat. Tussen zijn achtste en tiende heeft hij duizend en een baantjes gehad, onder meer als hoteljongen, tapijtknoper en in de huishouding. In die tijd werd hij geslagen, vertelt Bashudev, terwijl hij wijst op een litteken in zijn gezicht. Inmiddels krijgt Bashudev, die door ngo CWIN (Child Workers in Nepal) uit zijn werk werd gehaald, niet-formeel onderwijs dat hem moet klaarstomen voor het reguliere dagonderwijs of beroepsonderwijs. Zijn toekomstbeeld? "Later wil ingenieur worden en ook andere werkende kinderen helpen." 'Jullie maken geschiedenis' Die zullen er ook dan nog zijn, zo valt te vrezen. Maar het begin is er, en door deze mars zullen sociale massabewegingen ontstaan. Dat is de vaste overtuiging van Kailash Sathyarti, de man achter het idee van de Global March en directeur van de Zuid-Aziatische Coalitie tegen Kinderarbeid die de mars internationaal coördineert. "Dit is de eerste internationale mars; voor veel mensen in veel landen waar de mars doorheen komt is dit de eerste keer dat ze met zoiets geconfronteerd worden. Het zet ze aan het denken kweekt sociaal bewustzijn. De respons is groot. Verandering komt door massamobilisatie en niet door allerlei (arbeids)wetten die vaak toch niet nageleefd worden," aldus Sathyarti, die een zeker gevoel voor dramatische expressie niet vreemd is. Tijdens een bliksembezoek aan Bangladesh, op weg van India naar Brazilië, houdt hij 'zijn' kernlopers na het ontbijt in Chittagong voor: "Met deze Global March maken jullie geschiedenis. Dingen gaan veranderen, in de Filippijnen, in Cambodja, in Bangladesh, overal. We lopen niet voor onze landen of organisaties, maar voor alle kinderen op de wereld die uitgebuit worden. Kinderen die we niet kennen." De auteur is medewerker van de Landelijke India Werkgroep
|
![]() LIW IN 'T NIEUWS |
![]() Maatschappelijk verantwoord ondernemen |
![]() Kinderarbeid & Onderwijs |
![]() HOME Landelijke India Werkgroep |
Landelijke India Werkgroep - 19 juli 2004