Landelijke India Werkgroep


Flawed Fabrics

The abuse of girls and women workers in the South Indian textile industry

door
SOMO - Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen
LIW/ICN - Landelijke India Werkgroep/India Committee of the Netherlands
oktober 2014

SAMENVATTING RAPPORT

Dit rapport beschrijft de ernstige arbeids- en mensenrechtenschendingen van meisjes en jonge vrouwen die werkzaam zijn in de spinnerijen in Tamil Nadu in Zuid-India, een belangrijk centrum in de mondiale kledingsector van waaruit geleverd wordt aan een aantal grote kledingmerken - waaronder C & A, Hanesbrands, Mothercare en Primark. Tamil Nadu is de thuisbasis van zo'n 1600 spinnerijen met meer dan 400.000 werknemers. Zestig procent van de totale arbeidskrachten bestaat uit meisjes en jonge vrouwen.

Door middel van zowel literatuuronderzoek als interviews ter plekke met werknemers van vijf spinnerijen in Tamil Nadu komt dit gezamenlijke rapport van de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) en de Landelijke India Werkgroep (LIW) tot de conclusie dat een aantal fundamentele arbeidsrechten worden geschonden. Meisjes en jonge vrouwen worden met valse beloften uit hun eigen dorpen weggelokt en werken onder erbarmelijke omstandigheden die overeenkomen met dwangarbeid.

Het huidige rapport is onderdeel van een reeks publicaties van SOMO en LIW met de bevindingen van lopend literatuur- en veldonderzoek gedurende de afgelopen vier jaar. SOMO en LIW proberen samen met Indiase onderzoekers gezamenlijk de internationale publieke aandacht te richten op de erbarmelijke omstandigheden in deze industrie.

Het rapport schetst de situatie bij de spinnerijen van vijf textiel- en kledingondernemingen in Tamil Nadu. De spinnerijen zijn onderdeel van de toeleveringsketens van Europese en Amerikaanse kledingmerken en importeurs. Ze zijn onderdeel van verticaal ge´ntegreerde Indiase bedrijven die zich bezighouden met de productie van confectiekleding. Als producenten van exportkwaliteit garens en stoffen zijn de spinnerijen ook onderdeel van de toeleveringsketens van veel andere Europese of Amerikaanse merken en importeurs die hun producten betrekken van kledingfabrikanten in landen als China en Bangladesh.

De bedrijfsprofielen van de vijf spinnerijen in dit rapport (zie hoofdstuk 2) zijn gebaseerd op informatie gevonden op de websites van bedrijven aangevuld met zorgvuldig door lokale onderzoekers verzamelde gegevens. Dit literatuuronderzoek werd uitgebreid met informatie uit interviews met 151 arbeiders, met de belofte van anonimiteit.

Zoals eerdere publicaties richt dit rapport zich op vormen van dwangarbeid en slavenarbeid en arbeidsmigratie binnen India. Hoofdstukken 3 en 4 handelen specifiek over de uitbuitende arbeidsomstandigheden van vrouwelijke werknemers, waaronder veel Dalits ('kastelozen') en migranten.

Gedwongen en slavenarbeid in de spinnerijen
Dit onderzoek ontdekte meisjes en jonge vrouwen die bij de vijf spinnerijen werken onder omstandigheden die als dwangarbeid beschreven kan worden. Ronselaars overtuigen ouders in arme rurale gebieden om hun dochters naar de spinnerijen te sturen onder de beloften van een goed betaalde baan, comfortabele accommodatie, drie voedzame maaltijden per dag en de mogelijkheden voor training en scholing, evenals de uitbetaling van een bedrag ineens na drie jaar. Echter, wanneer de meisjes aankomen bij de spinnerijen blijkt dat de realiteit van hun nieuwe werkzame leven niet zo aantrekkelijk is.

Kinderarbeid
Kinderarbeid is een realiteit in de spinnerijen. Van de voor dit onderzoek ge´nterviewde werknemers was 60 procent jonger dan 18 toen zij begonnen bij de spinnerij. De jongste werknemers waren 15 jaar oud op het moment van toetreding.

Beperkte bewegingsvrijheid
Alle ge´nterviewde arbeiders wonen in hostels die zich bevinden op het fabrieksterrein. Logeren in het fabriekshostel is verplicht voor werknemers die afkomstig zijn uit andere districten of dorpen. De kamers worden gedeeld met maximaal 35 personen, en de faciliteiten zijn erg eenvoudig. Toiletten en badkamers worden gedeeld door 35 tot 45 werknemers.

De bewegingsvrijheid is zeer beperkt in alle vijf onderzochte spinnerijen. Werknemers mogen het hostel niet op eigen gelegenheid verlaten. Er is nauwelijks contact met de buitenwereld, wat voor sommige werknemers het verblijf in het hostel erg moeilijk maakt omdat ze hun familie en vrienden missen. Werknemers kunnen alleen contact met hun ouders maken door middel van de telefoon van het hostel. Mobiele telefoons zijn niet toegestaan en activiteiten na het werk zijn beperkt. Onder het mom van culturele tradities worden meisjes en vrouwen effectief opgesloten.

Lange werkuren en een veeleisende werkomgeving
De arbeidsomstandigheden zijn zeer zwaar. Bij vier van de onderzochte spinnerijen moeten de werknemers het hele jaar door 60 uur per week of meer werken. Overwerk kan niet worden geweigerd. Nachtdiensten zijn evenzeer verplicht. Opzichters dwingen de arbeiders meedogenloos in een snel tempo te werken. Er worden vernederende disciplinaire maatregelen toegepast. Werknemers mogen alleen korte pauzes nemen. De fysieke omstandigheden in de fabrieken zijn onaangenaam met een hoge luchtvochtigheid, gebrek aan frisse lucht en ronddwarrelend katoenstof. Beschermende uitrusting en een gezondheids- en veiligheidstraining zijn in veel gevallen onvoldoende. En om het nog erger te maken hebben de werknemers in alle vijf spinnerijen geen recht op betaald ziekteverlof.

De lange uren werk en de vijandige, onveilige en ongezonde omgeving eisen allemaal een zware tol op de werknemers, hetgeen hun lichamelijke en geestelijke gezondheid negatief be´nvloed. Een 14-jarig meisje dat bij een van de besproken spinnerijen werkte zou naar verluidt zelfmoord gepleegd hebben in maart 2014 (zie Kader 3), terwijl een andere jonge vrouw van 17 jaar ook met zelfmoord gedreigd zou hebben in 2013 als gevolg van de ontberingen die ze moest verduren op het werk (zie Kader 8).

Geen contracten
Dit rapport toont aan dat werknemers zelden een contract ondertekenen bij het aanvaarden van een dienstverband. Als arbeiders al iets moeten tekenen dan weten ze niet wat ze ondertekenen,. Werknemers krijgen geen loonstrookjes. Zonder contracten of loonstrookjes missen ze de nodige informatie over de lonen en uitkeringen waar ze recht op hebben. In vier van de vijf onderzochte spinnerijen krijgen werknemers betaald in contanten, zonder ondertekening voor ontvangst, en zonder enige ondersteunende documentatie of uitleg over het aantal gewerkte uren of overuren. Er is geen minimumloon voor spinnerijwerknemers. Onderzoek toonde aan dat de gemiddelde maandsalarissen bij de vijf spinnerijen varieerden van Ç 20 tot Ç 52. Veel van de ge´nterviewde werknemers sturen het grootste deel van hun loon naar huis om hun familie te onderhouden en om te betalen voor onderwijs van broers en zussen.

Betalingen ineens
De onderzochte spinnerijen werven werknemers met de belofte van de betaling van een vast bedrag aan het einde van hun contract. Dit is aantrekkelijk voor veel families die worden geconfronteerd met het vooruitzicht een grote bruidsschat te moeten betalen wanneer hun dochters worden uitgehuwd. Op verschillende spinnerijen werden de werknemers verteld dat dit bedrag opgebouwd is uit de bijdragen aan het Provident Fund (PF), een soort pensioenfonds. In dit rapport wijzen SOMO en LIW op het enorme gevaar dat de werknemers het aan hen beloofde bedrag niet zullen krijgen, omdat ze geen PF-registratienummer hebben. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat werkgevers nalaten om de vereiste bijdragen aan het Provident Fund over te dragen (zie paragraaf 3.3). Dit komt neer op regelrechte loondiefstal, en dat is natuurlijk een ernstige schending van de wet.

Recht op organisatie/vakbonden
Recht op organisatie en collectieve onderhandelingen zijn cruciaal bij het waarborgen van de bescherming en het respect voor werknemers. Het begrip van vrijheid van vereniging/vakbonden is echter onbekend aan de vrouwelijke werknemers die zijn ge´nterviewd voor dit onderzoek. Het is duidelijk dat veel werknemers niet goed ge´nformeerd zijn over hun rechten op grond van Indiase of internationale wetten.

Vakbonden in India worden geconfronteerd met een aantal beperkingen en belemmeringen tijdens oprichting en registratie, maar ook wat betreft hun dagelijks werk. Anti-vakbond vooroordelen komen op grote schaal voor. Werkgevers genieten een dominante positie met geen of weinig tegenwicht. Criminalisering, bedreigingen tegen arbeidsactivisten of stakende arbeiders, geweld tegen vakbondsleden alsmede tegen NGO's, zijn gangbare praktijken.

Gebrek aan transparantie
SOMO en LIW constateerden een alarmerend gebrek aan transparantie bij het onderzoek voor dit rapport. De marktpartijen, zowel de producenten in Tamil Nadu als de kopers over de hele wereld, waren niet eens behulpzaam met basisinformatie. Transparantie in de toeleveringsketen bestaat niet. Integendeel, er is een verontrustend gebrek aan openheid.
Kopers geven nauwelijks informatie over waar ze hun producten inkopen. Precieze informatie over de relaties met leveranciers is beperkt en zeer moeilijk te verkrijgen, waardoor het moeilijk is om bedrijven aan te spreken op schendingen in hun toeleveringsketen.

Conclusies
In de afgelopen jaren hebben alle maatschappelijke organisaties, individuele bedrijven, multi-stakeholder initiatieven, zakelijke initiatieven en gouvernementele actoren stappen ondernomen om misstanden bij werk en arbeidsomstandigheden in Tamil Nadu te beteugelen. Zoals beschreven in hoofdstuk 5 zijn er tekenen dat dit heeft geleid tot enkele verbeteringen in die delen van de kledingindustrie die rechtstreeks gekoppeld zijn aan de westerse kopers. Echter, uitbuitende vormen van werk en ondermaatse arbeidsomstandigheden blijven op grote schaal bestaan in de spinnerijen. Controles en pogingen tot verbetering door inkopende bedrijven zijn over het algemeen beperkt tot de afdelingen die eindproducten ľ dus de kleding zelf - maken. Ze richten zich niet op eerdere productiestadia, zoals spinnen, weven en verven, zelfs indien die plaatsvinden in afdelingen die deel uitmaken van hetzelfde bedrijf dat het eindproduct levert.
SOMO en LIW willen met klem bevestigen dat de ketenverantwoordelijkheid van de kopers verder reikt dan de eerstelijnsleveranciers, tot aan de tweede en verdere lijnen, waaronder de spinnerijen. Dit concept van uitgebreide ketenverantwoordelijkheid wordt gesteund door de United Nations Guiding Principles on Business and Human Rights (de VN Richtlijnen voor Bedrijfsleven en Mensenrechten).

Hoofdstuk 7 biedt een reeks aanbevelingen voor stakeholders, variŰrend van kopers tot regeringen, die dringend nodig zijn ter verbetering van de werkomstandigheden voor meisjes en jonge vrouwen in de fabrieken van Tamil Nadu. Zij lijden onder ondraaglijke arbeidsomstandigheden om aan de niet aflatende vraag naar goedkope kleding te voldoen van de grote merken over de hele wereld.


Landelijke India Werkgroep - 28 oktober 2014